De Vrolijkheid heeft een aantal onderzoeken laten doen naar hoe het met vluchtelingenkinderen gaat en wat zij nodig hebben. Het kwalitatieve onderzoek van de Universiteit van Utrecht (2005) geeft vooral aan hoe kinderen het zelf beleven.
1. Kindonvriendelijk en saai
“Om 20.00 uur bijvoorbeeld, dan moet ik altijd slapen. Maar dan moet mijn moeder film kijken of zo, dan kan ik niet slapen. Of als ik mijn huiswerk moet maken, dan kan ik dat niet maken, want mijn ouders zitten te praten.”
2. Onveilig
“Want kijk, als je niets te doen hebt, je zit ergens, dan kijk, je krijgt gewoon het idee van criminaliteit. Dat komt je op, dat is niet jouw schuld, niet mijn schuld, niemand’s schuld. Kijk, je krijgt meer criminaliteit als je niks te doen hebt.”
3. Onbegrip van Nederlanders
“Nederlandse kinderen denken dat we gewoon voor de lol naar hier toe gekomen zijn, maar we zijn niet voor de lol gekomen hoor. Omdat onze land geen echte land is, daarvoor zijn we gekomen.”
4. Lastig met vrienden en school
“Ik kan toch niet tegen mijn vriendin zeggen dat ik op een azc woon? Ik schaam me kapot!”
5. Complexe thuissituatie
“Een man, die is dus gek, hij gaat iedere keer zomaar kapotte kleren aan doen, hij is gewoon gek geworden. Zelfs mijn moeder wordt gek…”
6. Toch veel toekomstdromen en veerkracht
“Het is gedaan met de pijn, klaar voor de strijd, nieuwe kansen maken mij blij. Hier sta ik, waar sta jij? (uit: Rap ‘Hier Sta Ik’, geschreven door twee jonge vluchtelingen.)
Dit onderzoek van de Universiteit Utrecht heeft ons iets geleerd. Met onze “vijf V’s” en projecten beantwoorden we in hoge mate aan de wezenlijke behoeften van jonge vluchtelingen in de Nederlandse asielzoekerscentra. Door haar activiteiten biedt de stichting hen Vrolijkheid, Veiligheid, Vertrouwen, de mogelijkheid om hun Verhaal te doen en hun Veerkracht te versterken.